Ga direct naar de hoofdinhoud

Het eerste reisje van 2025 wordt een Marokkaanse citytrip in maart. Het is weer rammadan en de Ryanairvluchten zijn dan zeer voordelig.

Vorig jaar in Marrakesh hebben we weinig gemerkt van de rammadan, maar ik verwacht dat dit in de gelovige koningsstad Fez wel iets anders zal liggen. Hier is het net iets minder toeristisch dan Marrakesh en veel terrasjes en restaurants zullen  overdag gesloten blijven. 

Maar dat mag de pret niet drukken, we gaan het weer beleven.

 

FES

Fez-Saïss Airport ligt een goede 15km van het centrum van Fes en bus 16 zorgt voor een vrij regelmatige verbinding naar het treinstation. Een dienstregeling of bushalte is er niet, dus het avontuur kan meteen na aankomst beginnen. Met een beetje geluk komt de bus binnen een uurtje langs de airport. Wanneer of waar precies weet niemand.  

Omdat ik maar kort in de stad ben, wil ik nu echter geen tijd verliezen met zoeken en wachten op de bus. Ik ga voor de snelle en comfortabele manier met de taxi rechtstreeks naar place R'Cif  midden in de medina, waar ik in de buurt een kamer in een riad gereserveerd heb. 

In de grootse medina ter wereld rijden geen auto’s rond. De smalle steegjes zijn gebouwd op de ezelskarren en paard en wagen.  
Door alle eeuwen heen is de medina gegroeid en hierdoor is er een compleet chaotisch, ondoorzichtelijk stratenpatroon van kleine, nauwe steegjes ontstaan die overal en nergens naar toe leiden.  De medina van Marrakech is er niks bij.

De taxi zet me af op het plein,  en verder moet ik het maar uitzoeken. De gereserveerde riad bevindt zich midden in de ommuurde oude stad, binnen de doolhof van steegjes en donkere gangetjes. 
Van oudsher is een riad een traditioneel Marokkaans herenhuis met een mooie patio. Bijzonder om te overnachten in een authentiek gebouw, met veel bijzondere en oude details. Maar dan moet je het dus wel eerst zien te vinden.  

Google maps weet zich ook geen raad, hier is geen enkel navigatiesysteem of stratenkaart tegen opgewassen. Als je hier onbekend bent, is het onmogelijk om het juiste adres te vinden in de chaotische medina.

 

 

Na een telefoontje komt gastheer Mohammed me gelukkig ophalen en we lopen kris kras door het labyrint en de chaos van de medina. Het lopen wordt eigenlijk meer schuifelen tussen de mensenmassa door de smalle steegjes langs de kraampjes van de soeks. 

Links, rechts en door weer een ander steegje met afgebladderde poorten en doorgangen komen we van het ene rommelige pleintje in weer een volgend donker kronkelgangetje en sluip-door-kruip-door paadje. Even verderop staan we voor een afgebladderd deurtje waarvan niemand zou vermoeden dat dit de ingang naar de riad is.

Maar eenmaal binnen kom ik op de mooie overdekte binnenplaats van mijn verblijfsadres voor de komende dagen. Ik vraag me af hoe ik dit in vredesnaam ooit terug kan vinden, maar later zal toch blijken dat het wel meevalt als je het eenmaal weet.

Ik word hartelijk ontvangen door Latifa en alhoewel het voor iedereen hier ramadan is, komt er meteen speciaal voor mij thee op tafel. De thee is nog niet op en ik word al uitgenodigd om vanavond samen harira te komen eten, de soep waarmee na zonsondergang de vasten verbroken wordt.
Het verblijf in een riad is heel persoonlijk, familiair en sfeervol. Dit komt vooral omdat de kleinschalige accommodatie meestal gerund wordt door een gastvrije Marokkaanse familie. Dag en nacht staan de mensen gastvrij en behulpzaam voor je klaar, ze willen dat je niks tekort komt. Integendeel, het liefst word je vol gepropt met zoette muntthee en koek, zelfs in de ramadan. Alles voor een goede review op internet en een fooi.
Alhoewel deze adressen vaak moeilijk te vinden zijn in het labyrint van de medina, is overnachten in een Riad voor mij eigenlijk een must als ik in Marokko ben. Je lijkt zo in een sprookje van 1001 nacht binnen te stappen en wordt meteen ondergedompeld in de Marokkaanse sfeer.  Deze bijzondere accommodaties vind je nergens anders ter wereld.
Het contact met de lokals geeft extra kleur aan een citytrip in een andere land en zo wordt je helemaal ondergedompeld in het dagelijks leven met de gewoontes en gebruiken. Dé ideale manier om een land en de cultuur te leren kennen.
Bijkomend voordeel is dat je met je verblijf in een riad de locals steunt in plaats van de grote commerciële, vaak internationale hotelketens. 
Je moet er even zien te komen, maar dan heb je ook wat.

Het woord riad komt van het Arabische woord ryad  رياض dat tuin betekent. Vroeger waren de riad's herenhuizen en villa's voor de rijken. Nu is van die rijkdom in 'ons' hostel niet meer veel te zien. Alhoewel het gebouw mooie Arabische details heeft, zijn de kamers hier basic en donker, maar ook knus en kleurrijk. De raampjes in de donkere kamer kijken uit op de patio, maar niet naar buiten.  De bouw van een riad was gericht op privacy, met name voor vrouwen en voor bescherming in de zomer tegen de hete zon. Het gebouw heeft meerdere verdiepingen rondom de binnenplaats met galerij waaraan de kamers zijn gegroepeerd. De muren zijn bedekt met gesneden stucwerk, kleurrijke mozaïeken, tegeltjes en/of islamitische kaligrafie en de deuren rijkelijk versierd met typisch Arabisch houtsnijwerk. Op de binnenplaats staan vaak planten en een fontein. De buitenmuren van de riad hebben slechts kleine ramen en de kamers zijn dan ook donker en koel. Het hele ontwerp past binnen de standpunten van de islam omtrent de privacy van vrouwen.

Meestal heeft een riad een  dakterras waar je kunt ontbijten of loungen bij zonsondergang en genieten van een mooi panorama op de medina. 
Wanneer je door Medina loopt heb je er geen idee van wat zich binnen en boven de muren allemaal afspeelt. Maar als je in de riad de trap naar boven volgt kom je bijna in een andere wereld terecht. Je kunt de stad op een relaxte manier van boven bekijken en genieten van het Marokkaanse leven terwijl je geniet van de zonsondergang. In de avond voelt het helemaal alsof je in een oude Arabische filmset zit met een sprookjesachtige sfeer.
Ook in de ochtend is het dakterras meestal een prima plek voor een ontbijtje met uitzicht. Het is nog wel een beetje fris in de ochtend, maar er komt al snel een lekker zonnetje achter de wolken vandaan en dat voelt meteen een stuk aangenamer na de regen van gisteren. Met een blauwe lucht en een goed temperatuurtje voor een stadswandeling ga ik eerst de omgeving maar eens verkennen en me goed oriënteren om het juiste steegje vanavond weer terug te vinden.

De stadspoorten vormen een belangrijk onderdeel van de oude stad en van mijn oriëntatie. Om de toegang tot de medina te vergemakkelijken, heeft men op een aantal plaatsen als aanvulling op de historische poorten nog meer openingen in de stadsmuur geslagen. Een belangrijke toegang voor het verkeer is de gecreëerde straat in het zuiden naar Place R'Cif. 
Via deze straat kunnen we met taxi of zelfs met de bus midden in de medina komen. Voor de aanleg van deze weg werden in 1974 aangrenzende huizen op brute manier weggesaneerd en de Oued Fes werd gekanaliseerd om deze toegang mogelijk te maken. 
Momenteel wordt Place R'cif grondig gerenoveerd en is afgesloten.
Bij mijn vorige bezoek was Place R'cif een rommelig, levendig plein met natuurlijk een moskee die uitkijkt over het plein met de winkeltjes. Nu is het een bouwplaats waar gewerkt wordt aan de modernisering van het aloude Place en een ondergrondse parkeergarage.
Wie weet komen we volgend jaar weer even langs om te zien hoe het geworden is na de renovatie.

De oude ommuurde stad van Fes met de smalle, autoloze straatjes en rijkelijk versierde toegangspoorten zoals Bab Boujeloud  is de grootste van alle arabische medina's.
Met meer dan 9400 steegjes is het ook het grootste autovrije centrum ter wereld.
Het lijkt wel een openluchtmuseum, maar niets is minder waar. De medina bruist van het leven en de bedrijvigheid. In deze oude stadskern, die in 1976 de status van Unesco cultuurmonument heeft verworven, leven en werken nog steeds meer dan een kwart miljoen mensen.

Ook na drie eerdere bezoeken aan deze oude stad valt er na iedere hoek in het labyrint van kronkelsteegjes nog steeds iets anders te ontdekken.

 

Met de paraplu in de aanslag lopen we vanuit Place R'çif door de bab sidi Laoued over het bruggetje boven het gekanaliseerde riviertje en komen we uit in het wolverversstraatje of de souk des teinturiers. Misschien niet het vrolijkste straatje van  Fès el-Bali, maar boeiend om te zien is het wel. In dit smalle en glibberige steegje worden balen met wol in grote ketels buiten op straat geverfd.
Dit is de thuisbasis van een van de oudste ambachten van het land, die van ververs. Deze ambachtslieden beheersen een kunst volgens eeuwenoude traditie. Het is een nauwgezet proces dat van generatie op generatie wordt doorgegeven. Het begint allemaal met de zorgvuldige keuze van grondstoffen. Er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke pigmenten zoals saffraan, kurkuma, granaatappel en indigo om een levendig kleurenpalet te creëren. 

Terwijl je door de smalle straatjes slentert, word je gefascineerd door de uitbarstingen van kleur die uit de werkplaatsen komen. De ambachtslieden, vaak gekleed in met kleurstof bevlekte tunieken, werken met indrukwekkende behendigheid.
Deze 10e-eeuwse souk is onlangs gerestaureerd, maar de ambachtelijke technieken zijn sinds de middeleeuwen nauwelijks veranderd.

Door de doolhof neem ik een straatje dat iets omhoog loopt en komen we uit op Place Seffarine, het plein van de kopersmeden. Geluiden van het plein zijn al in de straatjes eromheen te horen. Het gekling en gehamer verwelkomt je op dit plein vanaf een afstand. Hier wordt verwoed gehamerd op grote koperen ketels die aan de plattelandsbevolking worden verkocht of verhuurd voor feestelijke maaltijden. Er heerst nog steeds een traditionele sfeer op dit plein. De ambachtsmannen werken hard en toveren het koper om in de mooiste producten: van theepotten tot lampen en fonteinen, ze draaien er hun hand niet voor om.

 

 


Place Seffarine is als een van de belangrijkste pleintjes in de medina de moeite waard om te verkennen. Vooral ook omdat het grenst aan de Karaouine moskee met bibliotheek en de Seffarine Medersa. Op bevel van de Sultan Marinid Abu Youssef, werd deze medersa gebouwd in 1280 aan de randen van de rivier Qued Fès op het Place Seffarine. Vanaf dit plein is er een directe toegang tot de bibliotheek van de Universiteit van Al Karaouine en de straat van de ververs aan de andere kant.
Helaas zijn op dit moment zowel de bibliotheek als de medersa Seffarine nog gesloten. Vanwege de ramadan komt het leven pas tegen de middag op gang, ook de winkeltjes  in de soeks zijn nog gesloten. Er heerst nu nog even rust in de gewoonlijk zo chaotische en levendige straatjes.

 

Hier staat dan zomaar midden in de medina de prachtig versierde Karaouine moskee met de bijbehorende universiteit. De moskee valt niet eens op tussen de smalle straatjes en de bebouwing, de rijkelijk versierde poorten zijn hermetisch afgesloten. Het lijkt op het eerste gezicht een onbeduidende minaret als zovelen in de Medina.  Maar niks is minder waar.
Even verderop is een fraai bewerkte goudkleurige poort geopend en krijg ik dan toch een inkijkje op de binnenplaats. Dit ziet er even uitnodigend uit,  maar schijn bedriegt. Als niet- moslim kom je er niet in. Een groepje toeristen uit Turkije probeert nog om de bewaker op andere gedachten te brengen, maar ondanks het feit dat ze zeggen wel moslim zijn wordt ook hen de toegang geweigerd.

Verder dan het inkijkje op de binnenplaats kom ik niet, in werkelijkheid is het een groot complex. De moskee wordt al eeuwenlang gezien als één van de belangrijkste spirituele en intellectuele centra van de Arabische wereld, en biedt plek aan ongeveer 20.000 gelovigen.
Dit religieus centrum is in de loop der eeuwen blijven groeien met het komen en gaan van overheersers en dynastieën. Vandaag de dag is deze onderwijsinstelling een van de grootste universiteiten in Noord Afrika. Dit is echter niet altijd het geval geweest. In de loop der eeuwen is het gebouw uitgebreid en aangepast aan de eisen van de tijd. Daarmee heeft het echter niets aan historische allure verloren. De schilderingen, pleisterwerk, betegeling, houtsnijkunst en het kunstig vormgegeven binnenplein verraden de historische waarde van het gebouw. 

Het gebedshuis is gebouwd in het jaar 859 en is de oudste moskee in de westelijke moslimwereld. De bijbehorende universiteit is zelfs ouder dan de universiteit van Oxford en de Sorbonne Universiteit in Parijs.
Het hele complex is groots en vol met details, maar hoogtepunten zijn de gebedsruimte en de grote binnenplaats met zijn marmeren zuilengalerij en prachtige fonteinen.

Afgezien van het doorkijkje blijft alle pracht en praal verder voor mij verborgen.
Dan maar op zoek naar een restaurant in de buurt met dakterras om toch een glimp op te vangen van de binnenplaats en de groene daken van het complex. Helaas valt het niet mee in de ramadan om een geschikt dakterras te vinden waar we als ongelovigen kunnen gluren naar de blingbling in het heiligdom. Misschien moeten we overwegen om ons te bekeren tot de islam, alleen al vanwege onze nieuwsgierigheid naar wat er achter deze muren te zien is.

De Karaouine moskee is opgericht in 859 door Fatima al-Fihri, dochter van een welgestelde migrant uit Tunesië. Na het overlijden van hun vader wilden Fatima en haar zusters zijn erfenis goed besteden voor de gemeenschap.
Niet alleen werd de moskee die Fatima liet bouwen een belangrijk religieus centrum, het werd al gauw een educatief instituut waar geleerden met elkaar in discussie gingen over allerhande zaken. Vandaag de dag is het nog steeds een culturele, sociaal en politiek relevante instelling die het leven van de moslimgemeenschap onderwijst en regisseert. Het onderwijsprogramma groeide voorspoedig en kreeg helemaal een positieve impuls toen Koning Mohammed V meer vakken introduceerde, zoals buitenlandse talen, wetenschappen en wiskunde. Vandaag de dag is dit een van de belangrijkste onderwijsinstellingen in de moslimwereld en volgens Unesco en Guinness World records tevens de oudste nog bestaande onderwijsinstelling in de wereld. 



De bibliotheek is in 2016 gerenoveerd en daarna wel geopend voor publiek. De collectie omvat 30.000 zeldzame boeken, waaronder een Koran uit de negende eeuw. Bij een bezoek kun je een glimp opvangen van de indrukwekkende en handgemaakte tegels uit die tijd. Deze ochtend is de bibliotheek gesloten en blijft op het programma voor een volgende keer. 

En dan blijken de goden ons toch goed gezind en biedt een 'ronselaar' uitkomst. Hij werft toeristen die voor 20 dirham toegang krijgen tot het dakterras van een winkeltje om een blik te werpen op de groene daken en de binnenplaats van het religieuze complex.

 

Smalle steegjes leiden dieper en dieper naar het hart van de medina en verdwalen doen we na de diverse keren in deze stad nog steeds. Daar kun je moeilijk omheen als je Fez el Bali wilt verkennen. De oriëntatie wordt extra bemoeilijkt door de smalle straatjes, het dichte gedrang en de scooters of zwaar beladen karren.
Wanneer je iemand Balek! Balek! hoort roepen, moet je voor eigen bestwil de weg vrijmaken; er is een zwaar beladen voertuig met misschien wel kletsnatte huiden uit een leerlooierij in aantocht dat de hele breedte van het straatje in beslag neemt.
Je kijkt je ogen uit en kunt er eindeloos dwalen, shoppen en foto’s maken. Alles is hier zó fotogeniek.

Het is goed om te weten dat Talaa Seghira en Talaa Kebira de twee hoofdaders van de medina zijn, die lopen vanaf Bab Boujeloud. Dit is de mooiste en belangrijkste poort in de stadsmuur. Felblauw aan de buitenkant, islamitisch groen aan de binnenkant. 
Deze straten zijn herkenbaar omdat ze wat breder en zo mogelijk nóg drukker zijn dan alle steegjes. In deze straten vind je ook de meeste toeristenwinkels en restaurants. Het helpt bij je oriëntatie in de medina als je weet waar deze hoofdstraten ongeveer liggen.
Alhoewel er onderweg wel bordjes de weg wijzen naar de Bab Boujeloud en naar Place R'cif aan de andere kant, merk ik toch dat ik in een rondje loop als ik weer op hetzelfde pleintje uitkom waar ik even eerder ook was. Het is een onvoorstelbare wirwar.

Als vuistregel geldt dat straatjes die bergafwaarts gaan, dieper de medina in leiden, terwijl de weggetjes bergop in de richting gaan van de bab Boujeloud, dus de uitgang.

 

De stegen zijn omzoomd door winkeltjes en werkplaatsen en grote poortdoorgangen leiden naar voormalige fondouks, waarin de reizigers met hun handelswaar vroeger overnachtten. Nu wonen er handelaren en ambachtslieden.
Met iedere stap die we dieper doordringen in de medina verandert het aanbod aan koopwaar.  Van de straat van de ververs en Place Seffarine met de koperslagers, komen we in Souk et-Attarine, de parfummarkt. Hier bepalen aromatische essences, kruiden, specerijen en imitaties van beroemde parfummerken het aanbod. Er worden ook wierrook en offerkaarsen verkocht voor de heiligdommen even verderop.
Van oudher vind je in alle Arabische medina's de verschillende ambachten in bepaalde buurten bij elkaar. Later komen we in de souks van de mandenmakerij, leerlooierij, timmerwerk, pottenbakken, en de Kissaria souk, die gespecialiseerd is in de verkoop van stoffen en borduurwerk, terwijl de Henna souk op een  klein met bomen omzoomd plein henna en zwarte zeep biedt. Essentieel voor de hammam, die nu schouder aan schouder staan met modernere schoonheids- en cosmetische producten. Een van de meest pittoreske souks blijft die van de leerlooiers, het ambachtelijke leerwerk dat al eeuwenlang de reputatie van Fez heeft gemaakt. In het hart van de medina, staan de terracotta verfbassins op een rij, die een gigantisch schilderspalet in de open lucht vormen.

De Attarine souk is met alle geuren van de parfums, specerijen en geneeskrachtige kruiden wel een van de aangenaamste van de vele verschillende markten.  Kraam na kraam, tarten de kleine piramides van veelkleurige poeders de zwaartekracht, wekken ze nieuwsgierigheid op en vragen om veel foto's.

Ook Medersa Bou Inania is een veel gefotografeerd plekje in Fès, en dat is niet voor niets. Een medresa is een koranschool waar studenten gehuisvest werden die de volledige inhoud van de koran vers voor vers bestudeerden. Het werd bewoond door talrijke geleerden en ambachtslieden en heeft een zeer lange geschiedenis en een culturele achtergrond. Deze oude koranschool werd gebouwd in de veertiende eeuw.  Het is een perfect voorbeeld van de Merinidische architectuur, die wordt gekenmerkt door een strakke architectuur en een rijke Moorse ornamentiek. Gedetailleerd houtsnijwerk, een marmeren binnenplaats, kleurrijk mozaïekwerk en zware koperen deuren maken deze plek een lust voor het oog.
Een zijtak van de Oud Fes scheidt het met wit en roze marmer ingelegde vierkante binnenhof van de aangrenzende gebedsruimte met zijn Mihrab, de gebedsnis.

Alhoewel ik in verwacht richting de bab Boujeloud te lopen, kom ik na mijn tocht dwars door de medina uiteindelijk op het plein bij bab Mehrouk, de westelijke stadspoort, uit.

De poort dateert uit 1204 en bevindt zich op de noordwestelijke hoek van Place Bou Jeloud, aan de rand van Kasbah an-Nouar en diende ooit als strategisch punt waar de hoofden van geëxecuteerde rebellen werden tentoongesteld.

De naam van deze monumentale hoefijzerboog in vijftien meter hoge stenen muren betekent 'poort van de verbrande', verwijzend naar een incident in 1203 toen de autoriteiten hier het lichaam van rebel al-'Ubaydi verbrandden.

Over het plein loop ik een stukje verder en zie ik dan even verderop toch de kleurrijke poort die de Bab Boujeloud moet zijn. Hoewel deze rijkelijk versierde poort eruitziet alsof ze al eeuwen de toegang tot de stad opsiert, is dit toch een beetje bedrog. De naam van de poort dateert wel uit een periode die teruggaat naar een tijd lang voordat de huidige poort er was. Deze poort werd in 1913 gebouwd door de Fransen die het hier toen voor het zeggen hadden. Opvallend aan de poort zijn de prachtige façade en de kenmerkende vormen. De stijl waarin De Poort is opgebouwd lijkt erg op de Moorse architectuur. De poort die in 1913 is gebouwd vervangt een ingang die waarschijnlijk dateert uit de twaalfde eeuw. Originele delen hiervan kun je nog steeds zien naast de huidige toegang.
In de volksmond wordt deze toegang ook wel de blauwe poort genoemd. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de prachtige kleuren van het mozaïek dat je terugvindt aan de buitenfaçade van de toegangspoort. Je dient er wel rekening mee te houden dat als je de naam blauwe poort als herkenningspunt wil gebruiken dat je lang zult zoeken wanneer via deze poort de medina weer wilt verlaten. Aan de binnenzijde is de poort namelijk groen. De blauwe kleur is overigens wel een bewuste keuze geweest, want dit zijn de kleuren van de stad en hiermee worden de bezoekers aan Fez welkom geheten. De groene zijde aan de andere kant van de poort verwijst dan weer naar de islam.

Na de hektische, drukke doolhof van de medina, waarin geen enkel park of stukje groen te vinden is, vinden we het wel erg fijn om even uit te blazen in een groene, rustige omgeving.
Dan is er de tuin van Jnan Sbil! Een mooi park op loopafstand van de bijzondere toegangspoort Bab Boujloud.

Jardin Jnan Sbil is aangelegd in de 18e eeuw op verzoek van Sultan Moulay Abdellah. Het is één van de oudste tuinen van Fes. Sinds 2011 is het park weer opgefrist en vernieuwd zodat bezoekers volop kunnen genieten van deze mooie locatie. Het blijft een plek die veel lokale bewoners trekt, maar ook steeds bekender wordt onder toeristen.
Het park is ontworpen volgens de traditionele Arabische architectuur. Een tuin wordt in de Islamitische cultuur gebruikt als metafoor voor het paradijs, en zo voelt het ook een beetje als je hier rondloopt! Je vindt er onder andere verschillende planten en struiken, meerdere fonteinen en waterkanalen, fijne wandelpaden, bloeiende sinaasappelbomen en kleurrijke bloemen.
De tuin is een leuke tussenstop of afsluiting van een dag slenteren door de stad. In dit park ontsnap je écht even aan de hectiek van de medina en kom je heerlijk tot rust!

De tuin strekt zich uit over een oppervlakte van 7,5 hectare en bevat een unieke verzameling aan flora en fauna, met ongeveer 3000 verschillende soorten, waarvan sommige zeer zeldzaam zijn.
De rivieren Oued Fès en Oued Jawahir (de rivier van parels) stromen door de tuin. Een oude kapotte watermolen herinnert aan de tijden dat de oude stad werd aangedreven door watermolens en zo de ambachtslieden en hun werkplaatsen de mogelijkheid boden te werken. Fès was een van de eerst steden in de wereld die een waterdistributie netwerk bouwden die de stad de mogelijkheid gaven om de kunst van het tuinieren te ontwikkelen. (bron:marluciatravel )

Ten zuiden van het paleis in Fés el-Jedid,  ligt de vroegere joodse wijk, de mellah. 
De joden moesten in de 14e eeuw Fes el-bali verlaten en werden hier onder dwang gehuisvest.
In de jaren zestig van de vorige eeuw hebben de meeste voormalige bewoners de mellah verlaten om naar Israël te gaan. 
De joodse woonhuizen zijn nog altijd te herkennen aan de houten balkons en de smeedijzeren tralies, omdat het leven van de joden, anders dan dat van de moslims, zich meer naar buiten, naar de straat richtte.
De joodse begraafplaats en de synagoge ernaast, aan de zuidelijke rand van de wijk zijn zeker een bezoek waard: marmeren graven getuigen hier van de welvaart van de vroegere mellah bewoners.

Aan het einde van de 13e eeuw werd Fes el-Bali de Meriniden te klein. Zij stichtten ten westen van de plaats een eigen koningsstad met een reusachtig, door muren omsloten paleizencomplex, een medina en de jodenwijk Mellah.

Het koninklijk paleis Dar el-Makhzen was het hoofdverblijf van de sultan en wordt nog steeds door de huidige koning en zijn gevolg gebruikt wanneer hij Fes zijn jaarlijkse bezoek brengt. Doordat het paleis helaas ook tijdens zijn afwezigheid niet kan worden bezichtigd, moeten we genoegen nemen met de aanblik van de in klassieke Moorse stijl gebouwde en rijk versierde paleispoort aan het Place des Alaouites.  
Het rechhoekige plein in Fes el-Jedid ligt net buiten de medina niet ver van de bab Boujeloud

 

Het blijft een bijzondere ervaring om tijdens de ramadan in een stad als deze te zijn, het dagelijks leven is echt merkbaar anders dan gebruikelijk. Marokko kent zelfs de ramadantijd, de klok is deze maand een uur terug gezet om het vasten gemakkelijker te maken. Zo is het bij zonsondergang als er weer gegeten kan worden een uurtje vroeger en wordt er eigenlijk 'vals' gespeeld met het vasten. In feite wordt tijdens de ramadan het leven zoveel mogelijk verplaatst naar de avond en de nacht. In de ochtend ligt de halve stad grotendeels nog op één oor in diepe rust.

De altijd zo drukke, levendige straatjes in de medina blijven 's morgens lange tijd bijna uitgestorven, wat ook wel een bijzondere ervaring is in de anders zo hektische en chaotische medina. Pas aan het einde van de ochtend gaan de luiken voor de winkeltjes druppelsgewijs open en komt het dagelijks leven weer heel langzaam op gang.
Alhoewel sommige restaurantjes 's middags wel open zijn, heb ik op straat overdag niemand zien eten, drinken of roken. 
Uiteraard kun je in de hotels en toeristische restaurants ook overdag gewoon eten en drinken.

                                                                         .................

Bij mijn eerste bezoek aan Marokko,  meer dan 30 jaar geleden, heeft het land een diepe indruk op me achtergelaten en ik ben hier dan ook regelmatig teruggekomen. 
Het is wel duidelijk dat er de sindsdien grote ontwikkelingen gaande zijn in Marokko. Tot op de dag van vandaag worden er door het hele land grote renovatiewerken uitgevoerd.

Het was een mooi weerzien, maar Fes raakte me anders dan de eerste keer. Ligt dat aan de reiservaring die ik inmiddels heb opgedaan of aan de enorme ontwikkelingen en veranderingen die het land heeft doorgemaakt? 

Destijds was ik zelf jong en onervaren en volgde ik bij de excursies vaak braaf de groep. De laatste jaren grijp ik iedere kans aan om er zelf op uit te gaan en om zoveel mogelijk door de straten van het hedendaagse en echte Marokko te wandelen. 
Als je eenmaal de toeristenwinkeltjes en de paardenkoetsen voorbij bent, zijn de straten rommelig en de mensen vriendelijk. De opdringerigheid is verdwenen en na een groet krijg je een glimlach. Dat is de wereld die weinig toeristen zien, maar die ik juist het leukste vind.

Uiteindelijk leverden de bezienswaardigheden waar je met tientallen andere toeristen langs loopt wel mooie plaatjes op, maar de meest bijzondere herinneringen zijn vooral de sfeer van het echte leven en de leuke ontmoetingen.

Ook een nieuwe (wat minder prettige) ervaring dat het weer nu in maart thuis in Brabant beter was dan in dit deel van Marokko. Natuurlijk weten we dat het hier ook wel eens regent, maar dit was wel de enige van de diverse keren in Marokko dat de paraplu regelmatig nodig was. Gelukkig kwam af en toe de zon ook achter de wolken vandaan.

 

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb